lagerugpijn

symptomen bij lage rugpijn

Lage rugpijn kan vaak "uit het niets" acuut ontstaan. Het gebeurt meestal bij een onschuldige beweging, zoals bukken, laarzen aantrekken, of tijdens niezen. Acute pijn is bijna altijd heftig, het is de klassieke "spit"-aanval die onmiddellijk kan uitstralen naar de bil, één of beide benen of de buik. Vaak gaat het gepaard met een dwangstand van de rug omdat rechtop staan onmogelijk is.
Bij spit, oftewel acute lumbago spannen de diepste rugspieren lokaal ongecontroleerd aan en blokkeren elke beweging van de rug in die regio.

Meestal ontstaat de pijn echter zo geleidelijk, dat je vaak niet eens meer weet hoe en wanneer het begon. "Het was er ineens".
Dit is meestal het gevolg van langdurige overbelasting, een verkeerde (werk)houding, gebrek aan beweging of een verworven danwel aangeboren asymmetrie.
Het moment van optreden in het verloop van de dag kan ook verschillen. Zo heeft pijn die 's ochtends direct na het opstaan begint vaak een andere oorzaak dan pijn die in de loop van de dag gaat optreden. Dit gegeven, in combinatie met het karakter en de lokalisatie van de pijn verraadt vaak al iets over de oorzaak.

oorzaken in de lage rug zelf

Voorbeelden van veel voorkomende functionele problemen die behandeld kunnen worden:

oorzaken vanuit het bewegingsapparaat

enkele voorbeelden:

Ook kan het voorkomen dat vanuit een andere overprikkelde lichaamsregio zoals de buik problemen op de rug worden geprojecteerd. Een voorbeeld zijn de al eerder genoemde viscero-somatische reflexen.
Als hiervan sprake is dan zien we vaak een chronisch aanvalsgewijs verloop van klachten die steeds in perioden terugkeren en moeilijk reageren op behandeling.
naar boven

ischias of hernia?

Ischias is slechts een verzamelnaam. Het zegt alleen wat er wordt gevoeld: pijn uitstralend vanuit de lage rug via de bilstreek tot in de achterkant van het been, soms helemaal tot in de voet.
De pijn volgt het verloop van de "ischiadicus-zenuw", vandaar de naam. Het zegt echter niets over de oorzaak!
Vanaf de plaats waar de zenuw ontstaat direct vanuit het ruggenmerg, tot diep in het onderbeen, kan er op verschillende plaatsen irritatie of druk op de zenuw (entrapment) optreden.
Dat bepaalt ook het verschil tussen een "radiculair" (de oorzaak direct bij de tussenwervelschijf, zoals een hernia) of een "pseudo-radiculair" syndroom (de oorzaak in het verdere verloop van de zenuw: in bekken, bil of het been).

hnpHet woord hernia betekent: "uitpuiling", of "doorbraak".
In het lichaam kan een uitpuiling van weefsel op verschillende locaties optreden. Bekend zijn het lieskanaal, de slokdarm (middenrif-breuk) en de rug (tussenwervelschijf).
Als weefsel hernieert, doorbreekt, komt het altijd op een plek terecht waar het eigenlijk niet thuis hoort. Het blijft zelf echter wel intact.
In geval van een hernia in de rug is er echter sprake van weefselbeschadiging omdat de tussenwervelschijf scheurt.

De tussenwervelschijf (rose op de afbeelding rechts) gaat kapot en de kern breekt door. Stel je dit voor als de inhoud van een tompouce die uitbreekt als je een hap neemt.
Dit weefsel, de "vulling" komt dan in het wervelkanaal, geeft druk op de zenuw (bruin) en dat leidt tot een ontstekingsreactie, volgens hetzelfde principe als een houtsplinter dat in de vinger zou doen.
De splinter hoort daar niet thuis, wordt daarom beschouwd als "lichaamsvreemd" weefsel en wordt afgestoten. De vinger gaat zweren.
Het is deze ontstekingsreactie die bij een rughernia in eerste instantie de heftige pijn veroorzaakt.
Vroeger werd zes weken bedrust voorgeschreven om dit te laten genezen.
Tegenwoordig is dat gereduceerd tot 24 uur. Terwijl voorheen een operatie standaard was, is men daarmee nu zeer terughoudend. Onderzoek wijst uit dat niet opereren op de lange termijn tot beter herstel leidt.
Blijven bewegen is toch het allerbelangrijkste.

Als de druk op de zenuw te groot wordt kunnen er uitvalsverschijnselen optreden. Een bepaald huidgebied wordt "doof", en ook spieren kunnen uitvallen waardoor bijvoorbeeld een "klapvoet" kan optreden. Bij bepaalde hernia's kunnen zelfs mictieproblemen (problemen met plassen) optreden. Ga met deze symptomen direct naar de huisarts.
Hier moet meestal snel worden geopereerd om nog erger te voorkomen.

Een hernia komt meestal niet vanzelf. De tussenwervelschijf breekt niet zomaar door. Er is in dat geval sprake van een soort "materiaalmoeheid". Door een langdurige eenzijdige belasting gaat het weefsel stuk. Als er bijvoorbeeld een blokkade in het bekken zit, staan de onderste rugwervels onder voortdurende enkelzijdige rotatiestress. Daardoor kan er beschadiging optreden. Vergelijk het doorbreken van een theelepeltje; in één keer lukt dat niet, maar als je vaker op en neer buigt, breekt het.

Ischias geeft in grote lijnen dezelfde symptomen als een hernia; ook de mate van pijn kan identiek zijn. Er zijn echter een paar essentiële verschillen:

Het is duidelijk dat de behandeling in geval van hernia of ischias sterk zal verschillen.
Bij een hernia is er immers weefselschade waardoor manipulatief ingrijpen een contra-indicatie is, maar gelukkig bestaan er andere technieken die veilig en efficiënt kunnen worden toegepast.
De rug wordt op een speciale bank heel lokaal bewogen waardoor de tussenwervelschijf meer ruimte krijgt.
Daarnaast zijn zenuw-rektechnieken en stabiliserende oefening erg belangrijk.
naar boven

onderzoek en behandeling

Rugklachten kunnen samenhangen met en ontstaan door andere gezondheidsproblemen of (nog niet ontdekte) ziektes.
Zorgvuldigheid is daarom altijd geboden.
Structurele problemen in de rug zelf die een indicatie zijn voor medische specialismen moeten worden uitgesloten.
Een uitgebreide anamnese is daarom noodzakelijk en geeft een eerste indicatie van de richting waarin gezocht moet worden.
Daarna volgt het lichamelijk onderzoek en de behandeling.

facetgewricht In stand worden bouw, houding en verschillende bewegingen beoordeeld.
Daarna volgt het onderzoek op de behandeltafel in zit, rug- en buiklig waarbij door provocatietesten de problemen in rug, nek en bekken worden opgespoord.

Een veel voorkomend misverstand is de gedachte dat wervels kunnen "verschuiven" en dat daarom de rug "recht gezet" moet worden.
Wervels kunnen op basis van spierspanning "blokkeren". Er kan daardoor een lokale dwangstand in de rug optreden, maar wervels kunnen niet verschuiven.
Ook tussenwervelschijven kunnen dat niet. Op de foto ziet u een achteraanzicht van "facetgewrichten" tussen de lendenwervels. De bouw van deze gewrichten, de stevige tussenwervelschijven, de banden van de rug en de diepe rugspieren geven samen de wervelkolom een grote stabiliteit.

De wervelkolom vormt a.h.w. een "kapstok" voor romp en schoudergordel en steunt zelf op het bekken dat op zijn beurt rust op de heupgewrichten. Mobiliteitsproblemen in de gewrichtsketen van voet, knie en heup of van het bekken kunnen een verkeerde rugbelasting veroorzaken.
Deze gewrichtsketens zijn via het fasciaal systeem aan elkaar verbonden waardoor de zgn. oorzaak- en gevolgketens ontstaan.

Een behandeling is "hands-on therapie".
Want hoewel ik een groot voorstander ben van oefenen, bewegen en sporten moeten soms eerst problemen worden opgelost alvorens met succes kan worden bewogen!
Niet alles is op te lossen door oefenen alleen! Ik ben van mening dat dit tegenwoordig onvoldoende wordt onderkend. Mijn werkwijze is meestal intensief en vindt plaats door manipulaties, (spier)rekkingen, oefeningen, fasciale- en diverse massagetechnieken.
naar boven

de rol van het bekken

bekken Het bekken heeft in de "S-i" gewrichten (het gewricht tussen heiligbeen (s) en darmbeen (i)) een dusdanige beweeglijkheid dat de beenlengte tijdens lopen bij elke pas varieert!
Telkens wordt één been korter terwijl het andere verlengt. Daardoor wordt de zwaartekracht vanuit de benen via het bekken op de juiste wijze verplaatst naar de rug.

Ervaring wijst uit dat het overgrote deel van steeds terugkerende en chronische rugklachten zijn oorsprong vindt in bewegingsproblemen van het bekken. Een blokkade in het bekken zal door een verkeerde spanning op de iliolumbale banden de rug doen overbelasten, en op de lange duur mogelijk beschadigen. Zo kan ook een hernia ontstaan!

bekken Het centraal gesitueerde heiligbeen heeft de vorm van een wig en wordt in verticale stand door de zwaartekracht naar beneden in het bekken geduwd dat daardoor op spanning komt en het sacrum inklemt. Dit zorgt voor functionele stabiliteit terwijl toch voldoende beweging wordt toegelaten. Als het sacrum echter in die neerwaartse beweging "doorschiet", wordt de inklemmingskracht te groot en ontstaat een blokkade die erg moeilijk vanzelf weer oplost, omdat het bekken altijd in de geblokkeerde richting wordt belast.

Een bekkenblokkade moet worden opgeheven zodat er continu beweging plaats kan vinden.
Het bekken is dynamisch en nooit statisch. Er bestaat dus ook niet één definitieve stand waarbij het "recht" staat. Net als de atlas speelt het bekken een continue rol in de regulatie van houding en beweging en moet bij elke behandeling opnieuw worden beoordeeld.

Omdat het bekken een zeer sterk en complex geheel is kunnen storingen vaak lang bestaan en verdwijnen moeilijk vanzelf. Er bestaan ook geen oefeningen voor!
De enig mogelijke oefening is lopen, omdat eigenlijk alleen dan onder invloed van de zwaartekracht de juiste bewegingen in het bekken plaats vinden.
De druk in de bekkengewrichten is zo groot dat manipulatie niet mogelijk is, maar met andere speciale technieken kunnen zij weer beweeglijk worden gemaakt.

beenlengte (verschil)

beenlengte We onderscheiden een "anatomische-" en een "klinische beenlengte".
Veel mensen hebben een beenlengteverschil, dat indien minder dan 1,5cm niet van medische betekenis wordt geacht. Met andere woorden: het hoeft niet gecorrigeerd te worden door aangepast schoeisel. Volgens de medische wetenschap moet het lichaam op een verschil van deze grootte kunnen anticiperen. Persoonlijk denk ik dat dit bij intensieve belasting zoals sporten nog wel eens discutabel kan zijn.

Op de afbeelding rechts is de anatomische beenlengte gemeten tussen A en B.
Dit is de optelsom van boven- en onderbeen. Deze lengte is alleen betrouwbaar vast te stellen met een speciale Röntgenfoto. In de praktijk is de klinische beenlengte echter makkelijk te meten vanaf de voorkant van het darmbeen (ilium), tot aan de buitenkant van de enkel (op de tekening tussen C en D). Omdat hier wordt gemeten vanaf het bekken, wordt de positie van het darmbeen binnen het bekken mee gemeten (zie foto).

De positie van het ilium kan gradueel verschillen door beweging in het S-i gewricht. Omdat deze beweging eigenlijk alleen tijdens lopen plaats vindt, varieert de klinische beenlengte bij elke pas (!) waardoor het been telkens iets van lengte wisselt. Deze mobiliteit in het bekken is essentieel om de zwaartekracht op juiste wijze op de rug over te brengen.
naar boven

advies omtrent sportkeuze

Denk in de eerste plaats aan een tak van sport die bij je past én die je leuk vindt, anders wordt het niks.
Als sporten voelt als een verplichting "omdat het goed voor je is", wordt het vaak erg moeilijk om het vol te houden.
Stel je eerst de vraag welk doel je voor ogen hebt. Kies je voor conditietraining, krachttraining, een teamsport of lenigheid en souplesse. Maar bedenk: sport is óók ontspanning!!

Verder is het erg belangrijk dat je een tak van sport kiest die past bij je fysieke mogelijkheden. Ik wil je daar graag in adviseren.
Ik kan je inzicht geven in de (bewegings)mogelijkheden van je lichaam.
Vaak hoor ik iemand zeggen: "Ik heb korte spieren". Dat is een fabeltje, te korte spieren bestaan niet.
Het lichaam functioneert en beweegt als één geheel. Schoudergordel, rug, buikspieren, bekken en benen worden door het fasciale systeem verbonden tot één groot geheel en bepalen als zodanig de stabiliteit en souplesse van het lichaam.
Het spierstelsel is "slechts" een onderdeel.

Klachtenvrij zijn is een eerste vereiste.
We moeten daarom een plan maken voor de juiste combinatie van behandeling en een sport-specifiek oefenprogramma dat eerst gericht is op herstel en van daaruit op voorbereiding van sportieve activiteiten.

(terug naar indicaties)
naar boven