atstill

osteopathie

Een algemene definitie is de volgende:
"Het is een wereldwijd gevestigde en erkende methode van toegepaste gezondheidszorg die zich mede baseert op manuele technieken voor diagnose en behandeling.
Zij erkent en respecteert de interactie tussen lichaam, geest en mentale kracht in tijd van ziekte en gezondheid en vertrouwt op de natuurlijke lichaamseigen, innerlijke drang tot herstel".

J.G. van Rooden D.O. mro

Osteopathie is een vorm van reguliere westerse geneeskunde en wordt in Nederland erkend als een volwaardige medische discipline met vrije toegankelijkheid binnen de eerstelijns gezondheidszorg.

De osteopathie is van oorsprong Amerikaans en de "vader" van de manuele geneeskunde.
Zij combineert medische kennis vanuit een specifieke filosofie omtrent lichamelijk functioneren met een praktisch behandelmodel.
Het vak ontstond in de 19de eeuw en heeft sinds die tijd, maar vooral sinds de vijftiger jaren
van de vorige eeuw een sterke ontwikkeling doorgemaakt.

Geregistreerde osteopaten in Nederland volgden vanuit een (para)medische achtergrond een zesjarige opleiding.
Zij zijn in Europees verband verenigd en herkenbaar aan de toevoeging D.O. mro achter hun naam.
De behandeling door geregistreerde osteopaten wordt door vrijwel alle zorgverzekeraars geheel of gedeeltelijk vergoed vanuit het aanvullende pakket.

wat doet een osteopaat in een behandeling ?

Als u behandeld bent, zal deze vraag vaak aan u gesteld worden.
Hoewel ik altijd probeer een goede uitleg te geven, begrijp ik dat het best moeilijk is om het te reproduceren.

Osteopathie is manuele geneeskunde, hands-on therapie dus.
Een osteopaat gebruikt zijn handen om de in het bewegingsonderzoek gevonden blokkades en bewegingsbeperkingen op te lossen. Dit kan op veel verschillende plaatsen op het lichaam zijn.
Met mijn handen probeer ik gewrichten, rugwervels, spieren, fasciën, pezen en ligamenten beter beweeglijk te maken. Dat kan door drukkende of rekkende bewegingen en soms door manipulatie.
Ook kunnen verschillende massagetechnieken worden toegepast.
Alles heeft tot doel de beweeglijkheid, de dynamiek en souplesse in het lichaam te herstellen. Dat bereik je alleen als het hele lichaam wordt behandeld, letterlijk van top tot teen. Ook buik, borstkas en het halsgebied horen daarbij.

U mag van een osteopaat verwachten dat hij de handen uit de mouwen steekt. Een behandeling is in het algemeen intensief en moet een bepaalde impact hebben. Er moet iets gebeuren! Dat lukt niet door wat oppervlakkig voelen.
Ook is het volgens mij noodzakelijk dat de bovenkleding uit gaat. Zie ook de pagina behandeling.
naar boven

wat mag u na een behandeling verwachten?

De reactie die door de behandeling wordt uitgelokt is zeer individueel en van verschillende factoren afhankelijk.
In het algemeen kunt u direct na de behandeling een verlichting van de klachten ervaren.
Soms treedt één à twee dagen later wat kortdurende spierpijn of stijfheid op. Dit is een gunstige reactie!
Ook kan het zijn dat de pijn in eerste instantie van plaats of karakter verandert.
Belangrijk is echter dát er een reactie komt, want behandelen betekent niet "het onderdrukken van symptomen", maar het oplossen van problemen die klachtenvrij functioneren in de weg staan.
Door de behandeling zal het lichaam op verschillende vlakken het evenwicht weer kunnen terug krijgen.
Dat duurt even; het moet "inwerken". Vandaar dat de behandelintervallen kunnen variëren van twee tot meerdere weken.

verschil met andere behandelmethoden

Waarin onderscheidt osteopathie zich nu van andere behandelvormen zoals manuele therapie en chiropractie?
Een veel gestelde vraag.
Om deze vraag te kunnen beantwoorden is eerst een stukje geschiedenis nodig.

een stukje geschiedenis

Osteopathie en chiropractie ontstonden beiden in het 19de eeuwse Amerika als een behandelmethode van de zgn. "bonesetters" oftewel bottenkrakers, die met hun manipulatieve methode rug- en gewrichtsklachten behandelden.
De bonesetters practiseerden aanvankelijk gewoon buiten, in het vrije veld, waar dan de rug werd "recht gezet".
Hun interesse in en kennis van de wervelkolom groeide in de loop der tijd, en zo ontstond een voor die tijd verrassend nieuw inzicht. Het idee was dat ziekte kon ontstaan door een verkeerde stand van de botten, en dan met name van de rugwervels.
Met het kennisniveau van de 19de eeuwse geneeskunde was deze zienswijze vernieuwend en revolutionair.

Natuurlijk berustte deze theorieën voor een groot deel op speculaties en aannames die niet onderbouwd konden worden zodat ze in de loop der tijd zijn verworpen of bijgesteld.

In de tijdsontwikkeling die daarna volgde onderscheidde de osteopathie zich al snel door de aandacht van het bottenstelsel te verleggen naar het totale lichaam als één functionerend geheel.
Het bottenstelsel is daar slechts een onderdeel van. Het beoordelen en behandelen van het lichaam in al zijn facetten en in relatie tot de persoon in zijn omgeving heeft in de osteopathie een centrale plaats ingenomen.

De chiropractie ging en gaat er nog steeds van uit dat veel gezondheidsproblemen enkel vanuit de wervelkolom ontstaan, omdat het zenuwstelsel zich voor een belangrijk deel in die wervelkolom bevindt. De werkwijze beperkt zich dan ook in grote mate tot het behandelen van alleen de rugwervels, omdat zij menen dat daardoor bijvoorbeeld organen beter kunnen functioneren.
Dit is in strijd met de realiteit.

Het is weliswaar bekend en wetenschappelijk aanvaard dat vanuit orgaanstelsels via het zenuwstelsel een gevoelige zône in de rug kan optreden, waardoor blokkades kunnen ontstaan, de genoemde viscerosomatische reflexen, maar andersom is onmogelijk.
Als er een blokkade in de rug optreedt, is het niet zo dat het daaraan gerelateerde orgaan gaat dysfunctioneren.
Voor de osteopathie is de wervelkolom slechts een (weliswaar belangrijk) deel van het gehele lichaam.
Ongeacht de klacht, hoort dus altijd het gehele lichaam in de behandeling te worden betrokken.
Daarom worden door mij, naast de wervelkolom, alle voor de behandeling relevante gewrichten en hun onderlinge relaties onderzocht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de schoudergordel, bekken, heupen, knieën, enkels en voet.
Ook de beweeglijkheid, de dynamiek van buik- en borstholte wordt beoordeeld (zie hierna onder: "viscerale behandeling").
Behandeling vindt dus letterlijk "van top tot teen" plaats.

Voortbouwend op recente wetenschappelijke ontwikkelingen neemt ons begrip van het fasciale systeem de laatste jaren sterk toe. Het is juist dit fasciale weefsel waardoor alles in het het lichaam met elkaar is verbonden.
Dit heeft mijn grote belangstelling en is voor mij het bewijs dat we het lichaam als één geheel moeten zien!

Voor wat betreft de manuele therapie:
Wat wij in Europa betitelen als manuele therapie is een samentreksel van technieken uit de osteopathie en chiropractie.
Manuele therapie is geen zelfstandig beroep, maar een verbijzondering voor de fysiotherapeut.
De fysio/manueeltherapeut is vanuit zijn beroepsprofiel verplicht de behandeling te beperken tot het directe gebied waar de klacht zich manifesteert, waardoor het totale overzicht ontbreekt.
Problemen worden daarom wel behandeld, maar niet opgelost. Ook richt de manuele therapie zich uitsluitend op het bottenstelsel.
naar boven

het nut van viscerale behandeling

Een gewricht heeft een holte, de zgn. "gewrichtsholte". Daardoor hebben de gewrichtsdelen speling t.o.v. elkaar zodat bewegen mogelijk wordt en ze kunnen worden gesmeerd door de gewrichtsvloeistof die in het gewricht wordt aangemaakt. Bij ziektes zoals arthrose of rheuma, verkleinen deze holtes waardoor het gewricht uiteindelijk gaat slijten.

Recent onderzoek heeft aangetoond dat het weefseltype dat tijdens onze embryonale ontwikkeling de gewrichtsholtes vormt, identiek is aan het weefsel dat de lichaamsholtes vormt.
Dat zijn de buikholte, de borstkasholte en de ruimte waarin de maag zich bevindt (de bursa omentalis).
Ons brein krijgt informatie over de conditie en beweeglijkheid van gewrichten door zenuwimpulsen vanuit fasiaal weefsel in de omgeving van het gewricht.
Als er met de beweeglijkheid iets mis dreigt te gaan, bijvoorbeeld bij overbelasting, kan het lichaam daardoor maatregelen nemen zoals spierspanning en zwelling. Dit kunnen wij voelen, soms ook door pijn.

In de lichaamsholtes blijkt dit net zo te gaan. De organen die zich hierin bevinden, moeten eveneens een bepaalde dynamiek hebben, goed beweeglijk zijn. Daarvan is een ongestoorde functie afhankelijk.
Denk bijvoorbeeld aan de beweeglijkheid van een nier of de peristaltiek van de darmen.
Ingewandstoornissen waaraan een verlies aan mobiliteit ten grondslag ligt, kunnen leiden tot kwalen als een ontregelde stoelgang, een opgeblazen buik of een prikkelbare darm, met of zonder pijn.
Dit bewegingsverlies, het tekort aan "dynamiek", wordt in de lichaamsholten gesignaleerd door vrije zenuwuiteinden in fasciaal weefsel en doorgegeven aan het brein.
Dit worden wij ons echter niet of slechts ten dele bewust omdat het naar een ander gebied van de hersenen gaat dan waar de gewrichtsinformatie binnenkomt.

We kunnen bijvoorbeeld heel goed voelen of de elleboog stijf is, maar niet of de darmen goed beweeglijk zijn. Informatie uit de lichaamsholten die te maken heeft met beweeglijkhied en dynamiek van de inhoud van deze holten wordt in het brein (in een apart gedeelte van de "insula") geinterpreteerd in termen van "emoties en (on)welbevinden".
We voelen het dus niet, maar het is er wel!
In de wetenschap gaan steeds meer stemmen op om dit mechanisme verantwoordelijk te houden voor beelden als PDS of bijvoorbeeld fibromyalgie.

Een manuele behandeling is bij gewrichtsproblemen algemeen aanvaard, maar kan ook wanneer daardoor de dynamiek van buik- en borstholtes wordt gestimuleerd, soms verrassend goed werken.
Het zijn juist deze technieken waarin de osteopathie zich onderscheidt van andere behandelmethoden.
naar boven

atstillde grondlegger van de osteopathie

De osteopathie vindt zijn oorsprong in het 19de eeuwse Amerika als gedachtengoed van de Amerikaanse arts Andrew Taylor Still (1828-1917).
Van oorsprong "bonesetter", was hij ontevreden met de kwaliteit van de medische wetenschap in zijn tijd.
Hij verrichtte een diepgaande en grondige studie van de anatomie en ontwikkelde daardoor eigen, nieuwe inzichten. Deze combineerde hij met zijn medische achtergrond en kwam tot de conclusie dat alle lichaamsweefsels, en niet alleen de botten(!) een zekere mate van beweeglijkheid behoren te vertonen om optimaal te kunnen functioneren.
Verlies van deze beweeglijkheid verstoort de gezondheid.
Gedreven door deze overtuiging ontwikkelde hij een manier om naast de botten ook de "weke delen", dus in principe alle weefseltypen van het lichaam te kunnen behandelen.

Natuurlijk zijn veel van zijn oorspronkelijke ideeën in de loop der tijd bijgesteld of aangepast aan nieuwe inzichten in de wetenschap, maar de grondgedachte, de "spirit" blijft bestaan.