pds

prikkelbare darmsyndroom

Voorheen werd het "prikkelbare darmsyndroom" (PDS) meestal aangeduid als "spastische darm" of "spastisch colon".
PDS is geen ziekte! In de Engelstalige literatuur wordt onderscheid gemaakt tussen IBD (irritable bowel desease) en IBS (irritable bowel syndrome). IBD duidt wel op een ziekte zoals colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn. IBS (PDS) is een hinderlijke verstoring van de darmfunctie die leidt tot ernstige buikklachten en ontregeling van het normale leven.

wat is er aan te doen?

In een streven naar volledigheid is deze webpagina een beetje uit zijn jasje gegroeid.
Maar het begrip "PDS" verdient ook wel wat aandacht.
Als je een tipje van de sluier rond deze problematiek wilt oplichten, moet je in ieder geval enig inzicht hebben in hoe een gezond maag-darmstelsel functioneert. Die informatie hoop ik u hier in beknopte vorm aan te bieden.

Veel mensen met buikklachten kampen met zogenaamde "onbegrepen" buikklachten.
Dat brengt ons meteen bij het verschil tussen "ziek zijn" en zich "ziek voelen", het verschil tussen IBD en PDS (IBS).
De huisarts of specialist stelt de diagnose, maar kent in geval van PDS slechts beperkte behandelmogelijkheden.
Er bestaat enkel symptoombestrijdende medicatie, zoals pijnstilling, laxerende of juist stoppende middelen, en krampwerende medicijnen. Ook verschillende voedingssupplementen zoals probiotica kunnen helpen.
PDS is een functioneel probleem van de buik. Osteopathie is functionele geneeskunde.
Je zou denken: dat lossen we dan wel even op! Maar zo eenvoudig ligt het helaas niet.

In ons land heeft ongeveer 10% van de bevolking in de leeftijdsgroep van 15-65 jaar PDS. Driekwart daarvan is vrouw.
Volgens de Amerikaanse literatuur heeft één op de vijf volwassenen PDS. Opmerkelijk is dat slechts één op de vier PDS-patiënten een arts raadpleegt. De reden daarvoor is niet geheel duidelijk, maar vermoedelijk komt het door schaamte of onvoldoende vertrouwen in behandeling. Ook kan het zijn dat de klachten worden afgedaan als "het zal er wel bij horen".
Soms is men zich niet bewust van het feit dat bepaalde symptomen deel uitmaken van PDS en wellicht behandelbaar zijn.

Manueel osteopathische behandeling waarbij de buik met speciale handgrepen tot rust wordt gebracht is heel goed mogelijk. Het helpt, maar is vaak niet voldoende en moet gecombineerd worden met andere maatregelen.
Leefregels, dieetmaatregelen en zelfhulpadviezen zoals ontspannings- en concentratietechnieken, zijn een essentieel onderdeel van de behandeling.

Het goede nieuws is dat PDS "slechts" een functioneel probleem is!
Het moet daarom mogelijk zijn er zonder geneesmiddelen van te herstellen. Wereldwijd bestaat deze behoefte!
De hoeveelheid gepubliceerde informatie en adviezen is dan ook overweldigend.
Om vat te krijgen op PDS en er sturing aan te geven die leidt tot herstel, is naast begrip van de etiologie (ontstaansoorzaak) ook kennis van de werking van het darmstelsel van essentieel belang. Het idee is: als je weet hoe je lichaam in elkaar zit, kun je er beter mee omgaan. Ik wil op deze website trachten een overzicht te geven van zinvolle informatie en tot een werkende behandelstrategie te komen.

Pagina-index:

Tips:

De diagnose

PDS staat voor "prikkelbare darmsyndroom". Een "syndroom" is een complex van symptomen en deze kunnen bij PDS van patiënt tot patiënt en van dag tot dag verschillen. Talloze mensen hebben bij tijd en wijle last van hun buik, obstipatie, of zijn gevoelig voor bepaalde voedingsmiddelen, maar niet bij iedereen wordt deze diagnose gesteld. Het klachtenbeeld moet aan bepaalde criteria voldoen om het predikaat PDS te krijgen. Buikpijn in verschillende vormen is het meest primaire symptoom. Om wereldwijd tot een zekere conformiteit in diagnosestelling te komen zijn er criteria opgesteld:

De diagnose PDS zal door de huisarts alleen worden gesteld als de symtomen niet verklaard kunnen worden en een ziekte (IBD of bijv. darmkanker) kan worden uitgesloten. Twee van de volgende symptomen moeten in ieder geval langer dan drie maanden actief aanwezig zijn geweest:

De medisch specialist hanteert iets aangescherpte regels, bekend als de Rome-III criteria:

In de Engelstalige literatuur wordt ook nog een onderscheid gemaakt in subtypen van PDS: PDS met vooral obstipatie (PDS-C), PDS met vooral diarree (PDS-D) en mengvormen (PDS-Mixed type, PDS-M).

Download de informatiebrochure van de Prikkelbare Darm Belangenvereniging.

naar boven

Overzicht van mogelijke symptomen

naar boven

Officiële definitie

Momenteel wordt PDS beschouwd als een biopsychosociale aandoening van de hersen-darm-as, mogelijk samenhangend met drie op elkaar inwerkende mechanismen [Guthrie 2002]:

In deze definitie wordt gesproken van de "hersen-darm-as". Dit duidt op de intensieve verbinding tussen ons brein en het darmstelsel. Ook het centrale zenuwstelsel speelt hierin een grote rol. (Lees verder op deze pagina voor uitleg).

naar boven

Hoe ontstaat PDS ?

De oorzaak van PDS is nog altijd niet precies bekend, maar wel zijn er aanwijzingen in welke richting gezocht moet worden:

naar boven

Bouw en functie van de darm

De menselijke darm, het maagdarmkanaal is feitelijk niet meer dan een holle buis met een lengte van 5-7 meter.
De verschillende delen, feitelijk te beschouwen als afzonderlijke compartimenten, zijn achtereenvolgens:

Het is belangrijk je te realiseren dat deze holle buis een ononderbroken doorgang door het lichaam is, en dus eigenlijk een directe verbinding vormt met de buitenwereld! De binnenbekleding van de darmwand is dan ook speciaal gebouwd om bedreigingen zoals micro-organismen (bacteriën en parasieten) en vreemde grote moleculen afkomstig uit de stofwisseling, buiten het lichaam te houden. De binnenbekleding van de darm wordt daarom bedekt met een laag "epitheelcellen". Dit is een celtype dat het hele vrije lichaamsoppervlak en dus ook de lichaamsholten bekleedt. Deze laag is maar één cel dik (!) en wordt bedekt door een beschermende slijmlaag, de "mucosa".
Van binnen naar buiten komen we een aantal belangrijke zônes tegen die o.a. spierlagen en zenuwcellen bevatten. De zenuwcellen (plexus myentericus) en de zenuwplexus (plexus submucosus) vormen samen het "enterisch zenuwstelsel".

De submucosa bevat verder een aantal belangrijke cellen: immuuncellen, de zgn "T-lymfocyten", mestcellen en macrofagen. Deze cellen maken deel uit van het immuunsysteem. Als er toch micro-organismen of ongewenste moleculen zoals grote eiwitten die allergische darmwandreacties kunnen veroorzaken de mucosa zouden passeren, worden zij door deze cellen opgevangen en vernietigd.

Volgens recent onderzoek zijn deze cellen bij PDS-patiënten verminderd aanwezig. Dit duidt op het feit dat de verhoogde prikkelbaarheid van de darm bij PDS wellicht niet te wijten is aan ontstekingsprocessen zoals werd gedacht, maar eerder aan een ontregeld immuunsysteem. De genoemde cellen hebben namelijk een pijnstillende werking, die de hypersensitiviteit mogelijk mede verklaart.

vertering

Het kneden van de voedselbrij begint al in de maag, waarvan het bovenste deel meer als opslagplaats dient en het onderste deel de inhoud tot kleine deeltjes reduceert, hetgeen de vertering bevordert. De vertering vindt plaats o.i.v. enzymen en emulgatoren, die geproduceerd worden door de grote klieren van het maag-darmkanaal: speekselklieren, maagklieren, galgangen met galblaas, en de alvleesklier. We onderscheiden: amylasen, peptidasen, lipasen en galzouten, voor de afbraak van resp. koolhydraten, eiwitten en vetten.
Activering van de grote klieren gebeurt door darmwandhormonen, samen met het autonome zenuwstelsel.
De verteringsproducten worden door de epitheelcellen in de darmvlokken van de mucosalaag in het lichaam opgenomen.
Deze cellen worden elke 7 dagen vernieuwd!
Niet alle voedingsvezels kunnen door onze lichaamseigen enzymen worden afgebroken. Hiervoor krijgen we hulp van de darmbacteriën. Deze bacteriële verteringsmethode heeft als bijproduct ongeveer 15 milliliter (reukoos) darmgas per uur.
De spijsvertering wordt geïntegreerd in de overige levensverrichtende functies door het autonome zenuwstelsel.
Bij lichamelijke activiteit zoals sport maar ook bij gespannenheid en in stressituaties wordt de functie geremd, in rust en tijdens slaap geactiveerd.

waterhuishouding

Op basis van chemische of mechanisch prikkels onttrekt de darmwand water aan de faeces, scheidt het uit of neemt juist het weer op. Dit wordt geregeld door de plexus submucosus (zie tekening) van het enterisch zenuwstelsel.
Een goede waterhuishouding is belangrijk voor de vochtbalans van het lichaam. Water verdunt de darminhoud waardoor de wand wordt beschermd tegen te zure of te basische prikkeling.
De verdunning bemakkelijkt tevens het transport. Maar er moet evenwicht zijn tussen heropname en uitscheiding. Watertransport vindt tevens plaats via de genoemde klieren van het maagdarmkanaal, waarbij ook de speekselklieren een rol spelen.

naar boven

Beweeglijkheid (motiliteit) van het maag-darmstelsel

Het maagdarmstelsel kan gezien worden als een aaneenschakeling van compartimenten die van elkaar gescheiden zijn door functionele of anatomische afsluitplaatsen: "sfincters" (zie boven). Deze sfinters zorgen er voornamelijk voor dat de inhoud niet kan terugstromen naar het vorige compartiment. Zo beschermt de onderste slokdarmsfincter de slokdarm tegen de zure maaginhoud en de iliocaecale klep het terugstromen van de bacterierijke inhoud van de dikke naar de dunne darm.

Ieder van die compartimenten heeft een eigen specifieke taak en kan die taak in grote mate autonoom uitvoeren. Neuronen, sensoren en effectoren in de darmwand regelen dit als onderdeel van het enterisch zenuwstelsel geheel zelfstandig.
Om te voorkomen dat de darm té eigenwijs wordt, houdt het autonome zenuwstelsel de touwtjes in handen.
De "nervus vagus", de parasympathische tak ervan speelt hierin een hoofdrol en regelt o.a. de sfincterfuncties.

spieractiviteit

De spieren in de wand van ons spijsverteringsstelsel verschillen van die van het bewegingsapparaat.
Dit verschil zit in de bezenuwing oftewel de aansturing via het zenuwstelsel dat bij het bewegingsapparaat gebeurt door het motorische- (willekeurige) en bij organen door het autonome (onwillekeurige) zenuwstelsel.
We onderscheiden drie spierlagen die de darm onafgebroken in meerdere of mindere mate in beweging houden.
De inhoud wordt daardoor goed gekneed en gemengd.
Als de overlangse (longitudinale) spierlaag samentrekt, schuift de darm in een wormachtige beweging over de inhoud heen waardoor deze wordt voortbewogen richting endeldarm en anus.

Deze spieractiviteit van de darmwand kan worden verdeeld in:

De beweeglijkheid van de darm (motiliteit) die door de spieractiviteit ontstaat, wordt in grote mate bepaald door het aanwezig zijn van inhoud en wordt onderscheiden in:

motiliteit van de gevoede fase

Voedsel wordt naar de maag getransporteerd door samentrekkingen van de slokdarm (slokdarmperistaltiek).
Dit proces wordt gecoördineerd door de nervus vagus. Tegelijkertijd ontspannen het onderste deel van de slokdarm en de maagwand, zodat het voedsel kan worden opgevangen in het bovenste deel van de maag. Van daaruit wordt het voortgestuwd naar het onderste deel voor mechanische verkleining, sterilisatie, en chemische vertering voordat het de maag verlaat en in de twaalfvingerige darm komt. Hoe snel het voedsel binnen de maag wordt verwerkt en de snelheid van de maaglediging hangen van verschillende factoren af:

Als door bovengenoemde oorzaken de maaginhoud te sterk toeneemt, stijgt de spanning van het bovenste gedeelte van de maagwand. Dat leidt op zijn beurt weer tot ontspanning van het onderste gedeelte van de slokdarm waardoor lucht ontsnapt (boeren) om de spanning te laten dalen. Op dat moment krijgt maagzuur de mogelijkheid mee op te stijgen in de slokdarm en geeft het de karakteristieke symptomen van zuurbranden.

tip! Ter voorkoming van zuurbranden.
Eet dus rustig, slik niet te snel achter elkaar en laat vooral bij vet eten wat meer tijd tussen de happen.
Ga direct na de maaltijd een half uurtje op de rechter zij liggen. (terug)

beweeglijkheid (motiliteit) van de nuchtere staat

Normaal gesproken blijft het voedsel twee tot maximaal drie uur in de maag alvorens het wordt afgegeven aan de darm.
Een vetrijke maaltijd kan er iets langer over doen.
Als al het verteerbare voedsel uit de maag is verdwenen, schakelt het maagdarmstelsel over op het "nuchtere patroon".
Het kenmerkende van deze fase is het zogenaamde "Migrerend MotiliteitsComplex" (MMC). Dit MMC bestaat uit een groep zeer krachtige contracties die in de maag of het bovenste deel van de dunne darm onstaan. Van daaruit verplaatsen de contracties zich naar distaal (=richting endeldarm) om na een periode van 90 minuten te eindigen in het uiteinde van de dunne darm, het ileum. Dan onstaat er weer een nieuwe golf contracties die zich op dezelfde wijze verplaatst. Dit telkens 90 minuten durende MMC blijft zich herhalen tot het wordt onderbroken door de inname van voedsel. We kunnen het waarnemen door gerommel in de darm en het karakteristieke krampgevoel dat we kennen als "honger". dagcyclus

Het MMC transporteert het voedsel dus in 90 minuten vanaf het uiteinde van de maag tot aan het begin van de dikke darm.
De verblijfsduur in de dikke darm kan sterk variëren.
Naast de transportfunctie heeft het MMC nog twee andere belangrijke taken: ten eerste wordt de maag ontdaan van onverteerbare resten en ten tweede wordt door de sterke contracties in het duodenum bacteriële overgroei voorkomen.
Omdat het MMC start als de maag leeg is, lijkt het dus verstandig voldoende tijd tussen de maaltijden te laten en geen tussendoortjes te nemen.
Ons huidige eetpatroon met 3-4 maaltijden per dag en met koffie- en theepauzes vergezeld van snacks, verhindert dat veel personen tijdens de dag een MMC zullen ervaren.
Het nuchtere patroon zal daarom voornamelijk 's nachts optreden.

Tip! Voedingsgewoonte
Laat voldoende tijd tussen de maaltijden en vermijd tussendoortjes. Dat bevordert dus het transport van voedsel door de darm.
(zie bovenstaande) (terug)

Als wij 's ochtends ontwaken, ontwaakt ook de darm en beginnen er direct sterke contracties op te treden die 's nachts uitblijven. Zij gaan vaak vooraf aan defecatie. Direct na het opstaan zal de zwaartekracht het MMC en de genoemde contracties ondersteunen. Omdat na een ontbijt met een kop koffie (de eerste maaltijd na de nuchtere fase) tevens de "gastrocolische reflex" optreedt wordt de inhoud van de dunne darm in de dikke darm geperst. Het gevolg is dat de dikke darminhoud in de endeldarm wordt geperst. Dit lijkt het ideale moment om het toilet te bezoeken.

Tip! Toiletbezoek
Het is dus echt het beste om 's ochtends, het liefst direct na het ontbijt, het toilet te bezoeken voor ontlasting.
Neem de tijd! Blijf dit volhouden, ook al lukt het aanvankelijk niet. Het lichaam zal eraan wennen! (terug)

De motiliteit van slokdarm en dikke darm wordt in veel mindere mate beïnvloed door het al of niet nuchter zijn. In de nuchtere fase beperkt de slokdarm zich tot het regelmatig transporteren van speeksel via een slikbeweging of tot het verwijderen uit de slokdarm van opstijgende maaginhoud (secundaire peristaltiek).
De dikke darmactiviteit blijft aanwezig. In de nuchtere fase blijft in de dikke darm een zekere vullingsgraad behouden.
De activiteit is wel iets zwakker dan na inname van een maaltijd. De belangrijkste afname van activiteit wordt gezien tijdens de slaap, wat erop wijst dat de invloed van het autonome zenuwstelsel op de motiliteit in nuchtere toestand zich vooral manifesteert op de dikke darm.

naar boven

De rol van het centrale zenuwstelsel

Tip! Bouw rust in. Lees verder.

In het voorgaande is veelvuldig gerefereerd naar de invloed van het centrale zenuwstelsel op het functioneren van het maag-darmstelsel.
Omdat de spijsvertering een lichaamsfunctie is die alleen optimaal verloopt als het lichaam in rust verkeert, is het essentieel dat we zowel tijdens de inname van voedsel als tijdens het hebben van ontlasting bewust rust inbouwen.
We kunnen ons systeem tot rust brengen door de nervus vagus te stimuleren.

Een simpele techniek hiervoor is: rustig diep in- en uitademen, waarbij de uitademing dubbel zo lang duurt als de inademing. Probeer daarbij zo goed mogelijk het verstand "op nul" te zetten. Houdt dit afhankelijk van de situatie een poosje vol. Bijvoorbeeld het toiletbezoek is een goed moment om op deze wijze het systeem tot rust te brengen, wat de ontlasting zal stimuleren. Bij zuurbranden, "reflux", is het goed om na de maaltijd een half uurtje op de rechter zij te gaan liggen en deze techniek uit te voeren. Dat bevordert een goede en snelle maagontlediging.

naar boven

het nut van manuele viscerale behandeling

Een gewricht heeft een holte, de zgn. "gewrichtsholte". Daardoor hebben de gewrichtsdelen speling t.o.v. elkaar zodat bewegen mogelijk wordt en ze kunnen worden gesmeerd door de gewrichtsvloeistof die in het gewricht wordt aangemaakt. Bij ziektes zoals arthrose of rheuma, verkleinen deze holtes waardoor het gewricht uiteindelijk gaat slijten.

Recent onderzoek heeft aangetoond dat het weefseltype dat tijdens onze embryonale ontwikkeling de gewrichtsholtes vormt, identiek is aan het weefsel dat de lichaamsholtes vormt.
Dat zijn de buikholte, de borstkasholte en de ruimte waarin de maag zich bevindt (de bursa omentalis).
Ons brein krijgt informatie over de conditie en beweeglijkheid van gewrichten door zenuwimpulsen vanuit fasiaal weefsel in de omgeving van het gewricht.
Als er met de beweeglijkheid iets mis dreigt te gaan, bijvoorbeeld bij overbelasting, kan het lichaam daardoor maatregelen nemen zoals spierspanning en zwelling. Dit kunnen wij voelen, soms ook door pijn.

In de lichaamsholtes blijkt dit net zo te gaan. De organen die zich hierin bevinden, moeten eveneens een bepaalde dynamiek hebben, goed beweeglijk zijn. Daarvan is een ongestoorde functie afhankelijk.
Denk bijvoorbeeld aan de beweeglijkheid van een nier of de peristaltiek van de darmen.
Ingewandstoornissen waaraan een verlies aan mobiliteit ten grondslag ligt, kunnen leiden tot kwalen als een ontregelde stoelgang, een opgeblazen buik of een prikkelbare darm, met of zonder pijn.
Dit bewegingsverlies, het tekort aan "dynamiek", wordt in de lichaamsholten gesignaleerd door vrije zenuwuiteinden in fasciaal weefsel en doorgegeven aan het brein.
Dit worden wij ons echter niet of slechts ten dele bewust omdat het naar een ander gebied van de hersenen gaat dan waar de gewrichtsinformatie binnenkomt.

We kunnen bijvoorbeeld heel goed voelen of de elleboog stijf is, maar niet of de darmen goed beweeglijk zijn. Informatie uit de lichaamsholten die te maken heeft met beweeglijkhied en dynamiek van de inhoud van deze holten wordt in het brein (in een apart gedeelte van de "insula") geinterpreteerd in termen van "emoties en (on)welbevinden".
We voelen het dus niet, maar het is er wel!
In de wetenschap gaan steeds meer stemmen op om dit mechanisme verantwoordelijk te houden voor beelden als PDS of bijvoorbeeld fibromyalgie.

Een manuele behandeling, is bij gewrichtsproblemen algemeen aanvaard, maar kan ook wanneer daardoor de dynamiek van buik- en borstholtes wordt gestimuleerd, soms verrassend goed werken.
Het betasten (palperen) van de buik met een vlakke hand hoort in principe pijnloos te zijn. Voelt dit onaangenaam aan of zijn er duidelijk pijnlijke gebieden, dan kan zo'n behandeling heel zinvol zijn.
Het zijn juist deze technieken waarin de osteopathie zich onderscheidt van andere behandelmethoden.

naar boven