lagerugpijn

rugpijn algemeen

Door de jaren heen behandel ik merendeels rug- en nekklachten. Lage rugpijn komt het meest voor.
Omdat pijn een normale functie van de rug onmogelijk maakt vermijdt je vaak beweging waardoor de pijn en ook stijfheid verder toenemen en je in een vicieuze cirkel belandt.
Hoewel het vrijwel altijd aan te raden is mobiel te blijven en het dagelijkse bewegingsritme te handhaven, is het echter verstandig eerst vast te stellen of er sprake is van (bewegings)beperkingen die het uiteindelijke herstel in de weg staan.
Het is algemeen bekend dat allerlei oorzaken in het bewegingsapparaat, maar ook elders in het lichaam rugklachten kunnen veroorzaken.
Onderscheid maken tussen lage- en hoge rugklachten en nekpijn is eigenlijk slechts theoretisch.
In de praktijk worden altijd de gehele rug en nek beoordeeld.
Toch heeft elke regio zijn specifieke kenmerken, lees verder bij hoge rugklachten, lage rugklachten en nekklachten).

opstijgende problemen

wk De lumbale- of lendenwervelkolom, groen op de afbeelding, heeft vijf wervels.
De 12 wervels van de borstwervelkolom zijn blauw; de lumbale wervelkolom is groen en telt 5 wervels die steunen op het gele heiligbeen oftewel "sacrum".

Bijzondere aandacht gaat uit naar de overgang blauw-groen, een omslagpunt in de beweeglijkheid van de rug, waardoor het bij sporten als golf en tennis nogal eens tot piekbelastingen komt.

Of er nu sprake is van lage of hoge rugpijn danwel nekklachten, we hebben eigenlijk meestal te maken met een opstijgend probleem. Ons lichaam is onderhevig aan zwaartekracht en is daar ook op gebouwd.
Vanaf het voetcontact met de bodem gaan er in rechtop staande houding allerlei krachtlijnen ontstaan die het lichaam dwingen zijn balans te bewaren door de zwaartepunten goed te verdelen.
Als het beneden aan de basis gaat "wankelen", worden de problemen naar boven toe steeds groter. Nekklachten zijn daarom meestal een gevolgklacht dan een oorzaak. Problemen ontstaan dus van beneden naar boven.

de rol van de grote rugfascie

rugfascie De grote rugfascie, de "fascia thoracolumbalis", op de illustratie het grote witte gedeelte, is hier beperkt weergegeven. In werkelijkheid loopt het helemaal door tot aan de onderrand van de schedel. Het verbindt het bovenlichaam met het onderlichaam.
Het bestaat uit een drielagig fasciaal blad dat romp-, bil-, buik- én rugspieren met elkaar verbindt. Hierdoor ontstaat er de kruislingse stabiliteit van de romp die zo belangrijk is voor houding en beweging.
Het middengedeelte bevat weinig zenuwweefsel omdat het vooral dient als glij- en trekvlak, waardoor het onder hoge spanning staat. Dat zou al snel teveel pijn doen.
Alleen in de oppervlakkige laag zitten zenuwuiteinden die pijnsensaties kunnen veroorzaken. Wat echter recent ontdekt is, is dat zich in de diepe laag veel meer zenuwen bevinden die een boodschappersfunctie hebben.
Deze zenuwen blijken deel uit te maken van het centrale zenuwstelsel. De grote rugfascie kan daardoor de spanning in de rug waarnemen en veranderen. Dit blijkt mede te gebeuren onder invloed van de orthosympaticus waardoor we voor het eerst zijn gaan begrijpen dat stress en spanning zich kunnen uiten in de rug!

Bij spanning, stress of onwelbevinden of de bekende "vecht- en vluchtreacties", zal door het zenuwstelsel (de orthosympaticus) in de rug de fascie- en spierspanning worden verhoogd.
Door deze spanningstoename worden specifieke zenuwvezels in de rugfascie geactiveerd en ontstaat er pijn, danwel neemt de pijn toe.
In feite is dit mechanisme betrokken bij elke vorm van rugklachten.
naar boven
terug naar lage rugklachten.

onderzoek en behandeling

Rugklachten kunnen samenhangen met en ontstaan door andere gezondheidsproblemen of (nog niet ontdekte) ziektes.
Zorgvuldigheid is daarom altijd geboden. Structurele problemen in de rug zelf zoals een hernia, een ingezakte of een verschoven wervel (spondylolyse of spondylolisthesis) moeten worden uitgesloten.
Een uitgebreide anamnese is noodzakelijk. Het geeft een eerste indicatie van de richting waarin gezocht moet worden.
Daarna volgt het lichamelijk onderzoek en de behandeling).

facetgewricht In stand worden bouw, houding en verschillende bewegingen beoordeeld.
Daarna volgt het onderzoek op de behandeltafel in zit, rug- en buiklig waarbij door provocatietesten de problemen in rug, nek en bekken worden opgespoord.

Een veel voorkomend misverstand is de gedachte dat wervels kunnen "verschuiven" en dat daarom de rug "recht gezet" moet worden.
Wervels kunnen op basis van spierspanning "blokkeren". Er kan daardoor een lokale dwangstand in de rug optreden, maar wervels kunnen niet verschuiven. Ook tussenwervelschijven kunnen dat niet. Op de foto ziet u een achteraanzicht van "facetgewrichten" tussen de lendenwervels. De bouw van deze gewrichten, de stevige tussenwervelschijven, de banden van de rug en de diepe rugspieren geven samen de wervelkolom een grote stabiliteit.

De wervelkolom vormt a.h.w. een "kapstok" voor romp en schoudergordel en steunt zelf op het bekken dat op zijn beurt rust op de heupgewrichten. Mobiliteitsproblemen in de gewrichtsketen van voet, knie en heup of van het bekken kunnen een verkeerde rugbelasting veroorzaken.
Deze gewrichtsketens zijn via het fasciaal systeem aan elkaar verbonden waardoor de zgn. oorzaak- en gevolgketens ontstaan.

Een behandeling is "hands-on therapie".
Want hoewel ik een groot voorstander ben van oefenen, bewegen en sporten moeten soms eerst problemen worden opgelost alvorens met succes kan worden bewogen!
Niet alles is op te lossen door oefenen alleen! Ik ben van mening dat dit tegenwoordig onvoldoende wordt onderkend. Mijn werkwijze is meestal intensief en vindt plaats door manipulaties, (spier)rekkingen, oefeningen, fasciale- en diverse massagetechnieken.
naar boven