wat is osteopathie?

Een algemene definitie is de volgende: "Het is een wereldwijd gevestigde en erkende methode van toegepaste gezondheidszorg die zich mede baseert op manuele technieken voor diagnose en behandeling. Zij erkent en respecteert de interactie tussen lichaam, geest en mentale kracht in tijd van ziekte en gezondheid en vertrouwt op de natuurlijke lichaamseigen, innerlijke drang tot herstel".

wat gebeurt er tijdens een behandeling ?

Osteopathie is manuele geneeskunde, hands-on therapie dus.
Een osteopaat gebruikt zijn handen om de in het bewegingsonderzoek gevonden blokkades en bewegingsbeperkingen op te lossen. Dit kan op veel verschillende plaatsen op het lichaam zijn.
Met mijn handen probeer ik gewrichten, rugwervels, spieren, fasciën, pezen en ligamenten beter beweeglijk te maken. Dat kan door drukkende of rekkende bewegingen en soms door manipulatie.
Ook kunnen verschillende massagetechnieken worden toegepast.
Alles heeft tot doel de beweeglijkheid, de dynamiek en souplesse in het lichaam te herstellen. Dat bereik je alleen als het hele lichaam wordt behandeld, letterlijk van top tot teen. Ook buik, borstkas en het halsgebied horen daarbij.

wat mag u na een behandeling verwachten?

De reactie die door de behandeling wordt uitgelokt is zeer individueel en van verschillende factoren afhankelijk.
In het algemeen kunt u direct na de behandeling een verlichting van de klachten ervaren.
Soms treedt één à twee dagen later wat kortdurende spierpijn of stijfheid op. Dit is een gunstige reactie!
Ook kan het zijn dat de pijn in eerste instantie van plaats of karakter verandert.
Belangrijk is echter dát er een reactie komt, want behandelen betekent niet "het onderdrukken van symptomen", maar het oplossen van problemen die klachtenvrij functioneren in de weg staan.
Door de behandeling zal het lichaam op verschillende vlakken het evenwicht weer kunnen terug krijgen.
Dat duurt even; het moet "inwerken". Vandaar dat de behandelintervallen kunnen variëren van twee tot meerdere weken.

het nut van viscerale behandeling (van borst- en buikorganen)

Een gewricht heeft een holte, de zgn. "gewrichtsholte". Daardoor hebben de gewrichtsdelen speling t.o.v. elkaar zodat bewegen mogelijk wordt en ze kunnen worden gesmeerd door de gewrichtsvloeistof die in het gewricht wordt aangemaakt. Bij ziektes zoals arthrose of rheuma, verkleinen deze holtes waardoor het gewricht uiteindelijk gaat slijten.

Recent onderzoek heeft aangetoond dat het weefseltype dat tijdens onze embryonale ontwikkeling de gewrichtsholtes vormt, identiek is aan het weefsel dat de lichaamsholtes vormt.
Dat zijn de buikholte, de borstkasholte en de ruimte waarin de maag zich bevindt (de bursa omentalis).
Ons brein krijgt informatie over de conditie en beweeglijkheid van gewrichten door zenuwimpulsen vanuit fasiaal weefsel in de omgeving van het gewricht.
Als er met de beweeglijkheid iets mis dreigt te gaan, bijvoorbeeld bij overbelasting, kan het lichaam daardoor maatregelen nemen zoals spierspanning en zwelling. Dit kunnen wij voelen, soms ook door pijn.

In de lichaamsholtes blijkt dit net zo te gaan. De organen die zich hierin bevinden, moeten eveneens een bepaalde dynamiek hebben, goed beweeglijk zijn. Daarvan is een ongestoorde functie afhankelijk.
Denk bijvoorbeeld aan de beweeglijkheid van een nier of de peristaltiek van de darmen.
Ingewandstoornissen waaraan een verlies aan mobiliteit ten grondslag ligt, kunnen leiden tot kwalen als een ontregelde stoelgang, een opgeblazen buik of een prikkelbare darm, met of zonder pijn.
Dit bewegingsverlies, het tekort aan "dynamiek", wordt in de lichaamsholten gesignaleerd door vrije zenuwuiteinden in fasciaal weefsel en doorgegeven aan het brein.
Dit worden wij ons echter niet of slechts ten dele bewust omdat het naar een ander gebied van de hersenen gaat dan waar de gewrichtsinformatie binnenkomt.

We kunnen bijvoorbeeld heel goed voelen of de elleboog stijf is, maar niet of de darmen goed beweeglijk zijn. Informatie uit de lichaamsholten die te maken heeft met beweeglijkhied en dynamiek van de inhoud van deze holten wordt in het brein (in een apart gedeelte van de "insula") geinterpreteerd in termen van "emoties en (on)welbevinden".
We voelen het dus niet, maar het is er wel!
In de wetenschap gaan steeds meer stemmen op om dit mechanisme verantwoordelijk te houden voor beelden als PDS of bijvoorbeeld fibromyalgie.

Een manuele behandeling is bij gewrichtsproblemen algemeen aanvaard, maar kan ook wanneer daardoor de dynamiek van buik- en borstholtes wordt gestimuleerd, soms verrassend goed werken.
Het zijn juist deze technieken waarin de osteopathie zich onderscheidt van andere behandelmethoden.

atstill

de grondlegger van de osteopathie

De osteopathie vindt zijn oorsprong in het 19de eeuwse Amerika als gedachtengoed van de Amerikaanse arts Andrew Taylor Still (1828-1917).
Van oorsprong "bonesetter", was hij ontevreden met de kwaliteit van de medische wetenschap in zijn tijd.
Hij verrichtte een diepgaande en grondige studie van de anatomie en ontwikkelde daardoor eigen, nieuwe inzichten. Deze combineerde hij met zijn medische achtergrond en kwam tot de conclusie dat alle lichaamsweefsels, en niet alleen de botten(!) een zekere mate van beweeglijkheid behoren te vertonen om optimaal te kunnen functioneren.
Verlies van deze beweeglijkheid verstoort de gezondheid.
Gedreven door deze overtuiging ontwikkelde hij een manier om naast de botten ook de "weke delen", dus in principe alle weefseltypen van het lichaam te kunnen behandelen.